Je leert de klant tijdens zijn reis en/of verblijf begeleiden en zijn beschikbare tijd invullen. Er zijn drie componenten in de opleiding: reisbegeleiding, local representative en animator. Enkele klemtonen:
Talen Het taalonderricht is belangrijk gezien het internationaal karakter van de toeristische sector. Men wil je woordenschat uitbreiden. Bovendien maak je kennis met de specifieke woordenschat van de toeristische sector. Begrijpend lezen, luisteren, schriftelijke en mondelinge communicatievaardigheid worden benadrukt. De taalvakken worden in de mate van het mogelijke gestoffeerd met gesimuleerde werksituaties waarin het taalgebruik geoefend wordt. In tegenstelling tot Toerisme en organisatie behoort Spaans tot de basislessentabel.
Stage De stage is een essentieel onderdeel van de opleiding. Ze gebeurt in de toeristische sector (reisbureaus, touroperators, vervoerbedrijven, ontspanningsparken, diensten voor toerisme...). Op die wijze verkrijgt de leerling een beter zicht op de taken en de vaardigheden die van toeristische medewerkers verwacht worden.
Toegepaste informatica Je maakt kennis met sectorgerichte informaticapakketten. Tekstverwerking, gegevensbeheer, elektronische verwerking van gegevens en gegevenscommunicatie (netwerk, elektronische post) komen aan bod.
Toeristische vakken In het vak Toeristische aardrijkskunde wordt ingegaan op de kenmerken van toeristische bestemmingen over de hele wereld. Via het vak Kunstgeschiedenis wordt het rijke toeristische aanbod gesitueerd in een historisch perspectief. Het vak Toerisme heeft het over de technische aspecten van de organisatie en begeleiding van toeristische activiteiten: het boeken van reizen, het samenstellen van reizen, reisbureau- en animatietechnieken en reisbegeleiding. Via een aantal projecten worden de vakken toerisme, toeristische aardrijkskunde, cultuurgeschiedenis en toegepaste informatica als één geheel aangeboden: reisbegeleiden, local representative, animatie. |