Rudolf Steinerpedagogie
|
- Beschrijving
- Lessen
- Scholen
- Toelating
- Attesten
- Wat na
Rudolf SteinerpedagogieIn deze basisoptie werk je aan 5 doelen 1. Je onderzoekt natuur- en technisch-wetenschappelijke fenomenen door goed te kijken en vragen te stellen. Bijvoorbeeld, je kunt onderzoeken waarom een regenboog verschijnt na een regenbui. 2. Je gebruikt technische vaardigheden om handige, duurzame of mooi vormgegeven voorwerpen te maken. Stel je voor dat je een vogelhuisje bouwt dat niet alleen stevig is, maar ook leuk is om naar te kijken. 3. Je gebruikt dingen zoals beeld, geluid, woorden en beweging om via kunstzinnige manieren de dagelijkse werkelijkheid beter te begrijpen. Bijvoorbeeld, je kunt een korte film maken over je schooldag of een lied schrijven over je huisdier. 4. Je werkt samen in een creatief proces en past je aan om samen een mooi resultaat te bereiken. Denk aan het samen decoreren van een klaslokaal voor de schoolfeesten. 5. Je ontwikkelt zelfvertrouwen en moed om jouw ideeën op een unieke manier te delen met de klas. Bijvoorbeeld, je presenteert jouw oplossing voor een milieuprobleem of toont jouw eigen schilderij tijdens een kunstexpositie in de klas. Voor meer informatie over de achterliggende visie: www.steinerscholen.be. Welke lessen krijg je?Basisvorming Iedereen krijgt zedenleer, godsdienst, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie.
Keuzegedeelte In het keuzegedeelte kies je uit het aanbod van de school:
Basisoptie: Een leerling in 2A kan 1 basisoptie of een pakket kiezen uit het aanbod van de school. Differentiatie: Differentiëren kan op verschillende manieren:
Opgelet:Een lessenrooster verschilt van school tot school:
Je krijgt minimaal 32 lesuren per week. Sommige scholen breiden het aantal lesuren basisvorming en/of differentiatie uit.
Daarom vermelden we geen lessenroosters meer. Meer informatie vind je op de websites van de scholen. Waar kan ik "Rudolf Steinerpedagogie" volgen ?Geen school gevonden? Pas de filter(s) aan. ToelatingsvoorwaardenJe wordt toegelaten tot 2A:
Je kan ook worden toegelaten tot 2 A als je in het 1A tekorten had voor bepaalde vakken als de toelatingsklassenraad akkoord is. Daarvoor moet de toelatingsklassenraad wel eerst overleggen met de delibererende klassenraad van 1 A. De school die hiervoor kiest wil:
Men moet dan wel rekening houden met volgende zaken:
Als je uit het buitengewoon secundair onderwijs komt, kan je worden toegelaten op voorwaarde dat de toelatingsklassenraad akkoord gaat. In afwachting van hun beslissing word je onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Zie ook SO 64 9.1.12 Als je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit 2e A. Dit moet beslist worden binnen de 35 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar. Zie regelgeving, omzendbrief SO 64, 9.1 en 9.2.3 Veranderen tijdens schooljaar
Toelating voor cognitief sterk functionerende leerlingen: Als je verstandelijk vooruit bent op je leeftijdsgenoten (= cognitief sterk functionerend) kan je ook toegelaten worden tot dit leerjaar als je niet beschikt over een studiebewijs (A-, B- of C-attest) van het onderliggende leerjaar en op voorwaarde dat de klassenraad jou toelaat. De klassenraad is ook bevoegd om te bepalen of een leerling cognitief sterk functionerend is. OverzittenDe mogelijkheid tot overzitten wordt vastgelegd in de regelgeving (omzendbrief SO 64, 3.13). Het is de bedoeling om overzitten te beperken.
* Een horizontale overstap van 2B naar 2A is niet hetzelfde als overzitten. (SO 64, 3.13) AttestJe behaalt op het einde van het 2A 1 van de volgende oriënteringsattesten:
Je mag wel starten in het 3e leerjaar van een studierichting in de finaliteit arbeidsmarkt als:
Je krijgt ook een getuigschrift van de 1e graad van het secundair onderwijs als je een A– of een B-attest hebt behaald en een getuigschrift van het basisonderwijs wanneer je dit om een of andere reden nog niet hebt. Wat na deze opleiding? |