Yeshiva      


Yeshiva

De basisoptie Yeshiva wil leerlingen laten kennismaken met de Klassiek Hebreeuwse en Aramese taal en cultuur, en met de Joodse en/of Jiddische cultuur. Hierbij leren leerlingen over verschillende aspecten, zoals taal, dagelijks leven en geschiedenis.

  • Leerlingen ontdekken verschillende aspecten van de Klassiek Hebreeuwse cultuur, zoals religie, dagelijks leven, politiek, kunst en de verschillen tussen burgers en slaven. Bijvoorbeeld, ze leren over hoe men vroeger in Israël leefde en welke religieuze gebruiken ze hadden.
  • Leerlingen leren meer over de waarden en leefregels van de Klassiek Hebreeuwse cultuur, zoals de regels voor kosjer eten. Bijvoorbeeld, ze ontdekken waarom sommige Joodse mensen alleen bepaalde soorten voedsel eten.
  • Leerlingen vergelijken aspecten van de Klassiek Hebreeuwse cultuur met hun eigen Joodse en/of Jiddische cultuur. Bijvoorbeeld, ze kunnen kijken naar de verschillen en overeenkomsten tussen de feestdagen zoals Chanoeka en Pesach.
  • Leerlingen plaatsen de inhoud van een tekst binnen de cultuurhistorische context van de Klassiek Hebreeuwse cultuur. Bijvoorbeeld, ze lezen verhalen uit de Torah en begrijpen wat die betekenen in de tijd waarin ze geschreven zijn.
  • Leerlingen leiden de betekenis van woorden af uit de opbouw en verwantschap van woorden. Bijvoorbeeld, ze zien hoe woorden zoals 'shalom' (vrede) in andere woorden terugkomen.
  • Leerlingen leren de betekenis en aanvullende gegevens van een basiswoordenschat van veel gebruikte woorden. Bijvoorbeeld, ze leren veelgebruikte woorden zoals 'bet' (huis) en 'lechem' (brood).
  • Leerlingen gebruiken hun kennis van de belangrijkste regels en kenmerken van het Klassiek Hebreeuws en het Aramees bij het lezen van teksten. Bijvoorbeeld, ze leren hoe de werkwoorden in deze talen worden vervoegd.
  • Leerlingen gebruiken strategieën en hulpmiddelen om Klassiek Hebreeuwse en Aramese teksten te lezen. Bijvoorbeeld, ze gebruiken woordenboeken en vertalingen om moeilijke teksten te begrijpen.
  • Leerlingen laten zien dat ze een Klassiek Hebreeuwse tekst begrijpen. Bijvoorbeeld, ze kunnen een eenvoudig verhaal in het Hebreeuws lezen en navertellen wat het betekent.
  • Leerlingen laten zien dat ze de waarden en leefregels van de Klassiek Hebreeuwse cultuur kunnen combineren met hun eigen leven. Bijvoorbeeld, ze kunnen uitleggen hoe ze de lessen uit deze cultuur toepassen in hun dagelijks leven, zoals respect voor anderen en eerlijkheid.

Dit programma helpt leerlingen om meer te leren over de Klassiek Hebreeuwse en Joodse cultuur en om hun taalvaardigheden te verbeteren.

Welke lessen krijg je?

Basisvorming

Iedereen krijgt zedenleer, godsdienst, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie.
In de basisvorming gaat veel aandacht gaat naar talen en wiskunde.
Daarnaast krijg je ook techniek, geschiedenis, wetenschappen, lichamelijke opvoeding, artistieke vorming …

 

Keuzegedeelte

In het keuzegedeelte kies je uit het aanbod van de school:

  • 1 basisoptie (5 u) of een pakket (= een onderdeel van een basisoptie)
  • de differentiatie.

Basisoptie:

Een leerling in 2A kan 1 basisoptie of een pakket kiezen uit het aanbod van de school.

Differentiatie:

Differentiëren kan op verschillende manieren:

  • Verkennen = proeven van nieuwe zaken (b.v. Projecten,…)
  • Versterken = bijwerken waar je het moeilijk mee hebt ((b.v. herhaling Frans, herhaling wiskunde,…)
  • Verdiepen = extra leerstof; extra uitdaging (b.v. extra wiskunde, extra Frans,…)

Opgelet:

Een lessenrooster verschilt van school tot school:

  • Scholen kunnen kiezen voor een lessenrooster met alle vakken apart.
  • Scholen kunnen ook vakken samenvoegen, bijvoorbeeld ‘techniek’ en ‘wiskunde’, of ‘beeld’ en ‘muziek’… Dat noemt men soms ook ‘vakkenclusters’.
  • Sommige scholen kiezen ervoor om lessen aan te bieden in de vorm van ‘projecten’.
Je krijgt minimaal 32 lesuren per week. Sommige scholen breiden het aantal lesuren basisvorming en/of differentiatie uit.

Daarom vermelden we geen lessenroosters meer. Meer informatie vind je op de websites van de scholen.

Waar kan ik "Yeshiva" volgen ?

Verfijn je zoekopdracht door één of meerdere filter(s) te selecteren.Toon alle scholen

Geen school gevonden? Pas de filter(s) aan.

Toelatingsvoorwaarden

Je wordt toegelaten tot 2A:

  • als je geslaagd bent in 1A (hou wel rekening met eventuele uitsluitingen voor bepaalde basisopties of pakketten van basisopties);
  • als je geslaagd bent in het 1 B, op voorwaarde dat de toelatingsklassenraad akkoord gaat;
  • als je geslaagd bent in het 2 B in een andere basisoptie (of combinatie van basisopties) dan de 'opstroomoptie', op voorwaarde dat de toelatingsklassenraad akkoord gaat;
  • als je geslaagd bent in het 2 B in de 'opstroomoptie' of combinatie van basisopties waaronder de 'opstroomoptie'.

Je kan ook worden toegelaten tot  2 A als je in het 1A tekorten had voor bepaalde vakken als de toelatingsklassenraad akkoord is. Daarvoor moet de toelatingsklassenraad wel eerst overleggen met de delibererende klassenraad van 1 A. De school die hiervoor kiest wil:

  • in individuele gevallen rekening houden met specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten;
  • meer individuele leertrajecten aanbieden.

Men moet dan wel rekening houden met volgende zaken:

  • de tekorten moeten weggewerkt zijn voor het einde van het 2e leerjaar (vb. via remediëring, bijkomende opdrachten, …).
  • krijg je in het 1e leerjaar geen oriënteringsattest, maar een attest van regelmatige lesbijwoning.
  • de delibererende klassenraad van het 2e leerjaar kan toch nog een oriënteringsattest A van het 1e leerjaar A geven aan leerlingen die de tekorten van het 1e leerjaar hebben weggewerkt, maar niet geslaagd zijn in het 2e leerjaar.

Als je uit het buitengewoon secundair onderwijs komt, kan je worden toegelaten op voorwaarde dat de toelatingsklassenraad akkoord gaat. In afwachting van hun beslissing word je onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Zie ook SO 64 9.1.12

Als je uit een niet-Vlaamse onderwijsinstelling (buitenlandse -, Frans- of Duitstalige school in België) of uit een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), dan kan de toelatingsklassenraad van de school je toelaten tot dit 2e A. Dit moet beslist worden binnen de 35 lesdagen vanaf je start in dat leerjaar.

Zie regelgeving, omzendbrief SO 64, 9.1 en 9.2.3

Veranderen tijdens schooljaar

  • Als de toelatingsklassenraad akkoord gaat mag je ook tijdens het schooljaar overstappen van het 2e leerjaar B naar het 2e leerjaar A.
  • Je kan veranderen van basisoptie(s) tijdens het schooljaar mits een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad. 

Toelating voor cognitief sterk functionerende leerlingen:

Als je verstandelijk vooruit bent op je leeftijdsgenoten (= cognitief sterk functionerend) kan je ook toegelaten worden tot dit leerjaar als je niet beschikt over een studiebewijs (A-, B- of C-attest) van het onderliggende leerjaar en  op voorwaarde dat de klassenraad jou toelaat. De klassenraad is ook bevoegd om te bepalen of een leerling cognitief sterk functionerend is.

Overzitten

De mogelijkheid tot overzitten wordt vastgelegd in de regelgeving (omzendbrief SO 64, 3.13). Het is de bedoeling om overzitten te beperken. 

Behaald attest
in 2e leerjaar 1e graad SO
     

   

                                                        

A-attest .                                      

 

Overzitten* is mogelijk in een andere basisoptie.

 

B-attest
(met bindend advies van de deliberatieklassenraad)


Overzitten met of zonder studieverandering is mogelijk.

C-attest 


Overzitten is verplicht, tenzij je 15 jaar bent op 31/12 van het volgende schooljaar. Je kan dan wel nog naar het derde jaar van de finaliteit arbeidsmarkt.

Je mag veranderen van basisoptie als je overzit.


 * Een horizontale overstap van 2B naar 2A is niet hetzelfde als overzitten. (SO 64, 3.13)

Attest

Je behaalt op het einde van het 2A 1 van de volgende oriënteringsattesten:

  • A–attest = je bent geslaagd en je mag naar het 3e leerjaar. Je mag verder studeren in alle richtingen van de van de 2e graad, in alle finaliteiten en onderwijsvormen.
  • B–attest = je bent geslaagd en je mag naar het 3e leerjaar, maar bepaalde finaliteiten, onderwijsvormen of studierichtingen zijn uitgesloten.
  • C–attest = je bent niet geslaagd en je moet overzitten.

Je mag wel starten in het 3e leerjaar van een studierichting in de finaliteit arbeidsmarkt als:

  • je ten laatste op 31 december van het nieuwe schooljaar 15 jaar wordt;
  • én als je leerkrachten dit toelaten.

Je krijgt ook een getuigschrift van de 1e graad van het secundair onderwijs als je een A– of een B-attest hebt behaald en een getuigschrift van het basisonderwijs wanneer je dit om een of andere reden nog niet hebt.

Wat na deze opleiding?

Na het 2e leerjaar A kan je kiezen voor elke studierichting.
Studierichtingen behoren tot finaliteiten, onderwijsvormen en domeinen.

  • Studierichtingen zijn opleidingen die bestaan uit verschillende vakken.
  • Finaliteit: geeft aan waarop de studierichting de leerling voorbereidt.
  • Onderwijsvormen: algemeen secundair onderwijs, beroepssecundair onderwijs, kunstsecundair onderwijs en technisch secundair onderwijs (uitleg: zie moeilijke woordenlijst op Onderwijskiezer)
  • Domeinen zijn de interessegebieden (vb. Economie en organisatie, STEM, Taal en cultuur, …)

Om te starten in het 3e jaar hou je rekening met de toelatingsvoorwaarden en met het attest dat je op het einde van het 2e leerjaar behaalde.

Je krijgt ook een getuigschrift van de 1e graad van het secundair onderwijs als je een A– of een B-attest hebt behaald.

Je kan overschakelen naar duaal leren als je:

  • 16 jaar bent
  • Of als je 15 jar bent, op voorwaarde dat je eerste 2 leerjaren van het SO hebt gevolgd (je hoeft niet geslaagd te zijn
  • Of als je geslaagd bent in 2A of 2B